De geheime stokerij aan de Herengracht

Op 2 november 1951 was Weesp groot in het nieuws. In de stad werd een klandestiene jeneverstokerij ontdekt door de politie die voor landelijk begrippen behoorlijk groot was. Misschien wel in navolging van de rijke jenevergeschiedenis besloten de broers Jan en Nico een grote stokerij te beginnen.

Dat tussen juli 1950 en oktober 1951 naar schatting tussen de 5000 en 7200 liter werd gestookt geeft aan hoe groot de stokerij was. “We hebben het er nooit over gehad om de stokerij groter te maken. Het ging prima zo. We werden er niet rijk van, maar het leverde een goede boterham op”, zo verklaart Nico achteraf.

Jaar cel
In hoger beroep kregen de broers ieder een jaar cel en nog eens twee maanden voor het illegaal aftappen van gas. Voor de meter werd een gaspijp doorgesneden, even een kurk erin, t-stuk ertussen en klaar. Tijdens de rechtszaak waren vriend en vijand vol lof over de mentaliteit van de twee. “Het waren prachtige destilleerkolommen”, merkte de president van de rechtbank op. “De ambtenaren van de belasting stonden verteld van de perfecte installatie. Het afgeleverde product waar niets was op aan te merken. De alcohol die ze stookten, was van de allerhoogste kwaliteit.”

Tijdens de zitting van de rechtbank in 1953 toog een stoet van rechtsgeleerden, persmensen en verdachten naar een wachtkamer om dit wonder van illegaal stoken eens in ogenschouw te nemen: ingewikkelde retorten, zakken grondstof, fusten, kisten, slangen en glasbuizen. “Het is mij aan het hart gegaan deze prachtige installatie af te breken”, liet een ambtenaar in de Trouw optekenen.

Hoge kwaliteit
De installatie van de broers was en is nog steeds uniek in de geschiedenis van het thuisstoken. Nu eens een keer geen ‘gistende vloeistoffen’ in melkkannen of in wasteilen en geen aan elkaar gesoldeerde blikjes, maar een opstelling die in een laboratorium niet zo misstaan.

De Weesper installatie bestond uit drie batterijen van vier glazen kolven. “In het eerste setje stookten we tot 40 procent, in het tweede tot 80 procent en in de laatste haalden we tot 94 procent” aldus Nico. De verklaring voor deze bijzondere installatie ligt bij zijn broer Jan, destijds laboratoriumassistent. Ter verdediging voerde de advocaat aan dat de oudste van het duo tijdens de bezettingsjaren in Duitsland gevangen had gezeten. Dat hij daarna onder een Duitse baas kwam te werken kon hij niet verteren en hij nam ontslag. De jongste broer was werkloos geworden na zijn dienstplicht. Toen hij uit dienst kwam, had zijn oudere broer de stokerij al bijna helemaal klaar.

300 gulden
Misschien wel geïnspireerd door de omvangrijke jenevergeschiedenis van Weesp begon Jan zelf met experimenteren met het zelf stoken in het huis van zijn ouders aan het Herensingel. Dat moet in 1949 zijn geweest. “Er viel lekker te verdienen, 300 gulden per man, per week.” De broers werkten om de dag, van ’s morgen vijf tot ’s avonds acht. Zondag was een rustdag, dan werd de kerk bezocht.

De kolven werden gewoon in een winkel gekocht. Andere onderdelen werden zelf gemaakt. Een oom was kruidenier, die kon aan de ingrediënten komen. Hij was volgens Nico dan ook de enige die op de hoogte was van de stokerij, zijn ouders daargelaten. “Tegen mijn verloofde vertelde ik dat ik bij een glashandel werkte. Mijn moeder vond het prachtig dat wij zo ons geld verdiende. Met mijn vader lag dat anders, die was het er niet mee eens.”

Op zolder
De stokerij stond op zolder opgesteld. Aan het eind van de overloop hing een gordijn met daarachter een trap naar boven. In het schuurtje werden de ingrediënten afgewogen. Het beslag werd gemaakt in een teil. Het koolzuur dat vrijkwam werd afgevoerd via een slangetje tussen de dakpannen. Twee grote, bijna stille, ventilatoren zorgden voor een constante aanvoer van verse lucht voor de 12 bunsenbranders en voerden de stank af. Niemand in de buurt heeft ooit iets geroken, zelfs de belastingsambtenaren die schuin tegenover woonden niet. Ook het enige sneeuwvrije dak in de omgeving zette niet tot denken.

Het water kwam gewoon uit de waterleiding. Elke kolf moest om het anderhalf uur van nieuwe vloeistof worden voorzien. De alcohol werd gezuiverd in met norit gevulde buizen. De stookkolven stonden in zinken bakken om, mocht er iets misgaan, de alcohol op te vangen zodat houten vloer geen vlam kon vatten. Twee keer is er paniek geweest. Een kolf barstte en “Whoep, een steekvlam schoot de lucht in”, aldus Nico. Met behulp van een schuimblusser werd erger voorkomen.

Afzet
De productie lag op ongeveer 100 liter alcohol per week. Het vinden van afnemers was in het begin niet makkelijk. De eigenaar van een dancing in Hilversum nam een paar keer vijf liter af. Een Weesper slijter bestelde kleine hoeveelheden om er zelf citroenjenever van te maken. Via hem kwamen de broers in contact met een distillateur in ‘s-Graveland die de productie wel wilde hebben. “Wekelijks huurden we een auto in Amsterdam. Achterin gingen vier in houten kratjes verpakte zinken bussen van 25 liter. Bij de distillateur gingen de deuren achter ons dicht zodat we onze productie ongezien konden overgieten.”

De distillateur nam de alcohol af voor zeven gulden per liter, de prijs destijds inclusief accijns. Een opmerkelijk feit. Toch maakte de distillateur winst omdat hij meer kon verkopen dan waar hij op grond van zijn vergunning recht op had. Toen de productie echter werd vrijgegeven had hij de Weesper broers niet meer nodig. Later toonde hij zich wel zo sportief door het illegaal betrokken gas voor de broers af te rekenen.

Foute boel
Nico en Jan gingen op zoek naar andere gegadigden. Ze vingen overal bot, toen een Amsterdammer toehapte. Volgens Nico heeft hij de zaak verraden. “We gingen met de auto naar Amsterdam. Voor het politiebureau in Diemen klapte de val dicht, de politie hield ons aan. We konden geen kant uit. Recht voor ons raap hebben we meteen alles toegegeven”.

De oorspronkelijk afnemer, de distillateur uit ‘s-Graveland is nooit gepakt. Ondanks dat de broers alles keurig bijhielden. “Even is nog gedacht dat onze klant Maupie Vis heette”, aldus Nico lachend. “Onze kat heette Maupie en als ik het beest wat vis gaf, dan schreef ik dat keurig op. ”

Geen spijt
Jan en Nico zaten keurig hun straf uit. Beiden gingen daarna wat anders doen. “Ik schaam me niet voor wat we toen hebben gedaan. We zijn allemaal het slachtoffer van de fiscus en die hebben wij mooi een prikje terug kunnen geven.”

Bron: Tappen uit een geheim vaatje, de geschiedenis van de illegale stokerijen in Nederland

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *